donderdag 11 september 2014

Vertrouwen op BRICS

In juli zijn de leiders van de vijf opkomende landen die bekendstaan als de BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) samengekomen in de Braziliaanse stad Fortaleza, waar ze de oprichting van een Nieuwe Ontwikkelingsbank (New Development Bank, NDB) bekendmaakten. Interessant genoeg viel de aankondiging samen met de 70ste verjaardag van het systeem van Bretton Woods, dat zowel het Internationaal Monetair Fonds (IMF) als de Wereldbank hielp oprichten. De nieuwe BRICS-bank zou voor beide entiteiten een financieel alternatief bieden, met een initieel geplaatst kapitaal van US$50 miljard voor financieringsinfrastructuur en projecten voor duurzame ontwikkeling, en US$100 miljard in een Contingent Reserve Arrangement (CRA) om hulp te bieden aan leden die financiële moeilijkheden hebben.[1] Functionarissen hebben verklaard dat zij in 2016 met de eerste leningen zouden willen beginnen.


In theorie zou de NDB zeer gunstig kunnen zijn voor de wereldwijde economie, maar hoe hij in de praktijk zal werken is nog af te wachten. De Verenigde Staten en Europa hebben het altijd al voor het zeggen gehad bij de Wereldbank en het IMF, en de opkomende landen uitten dan ook hun frustratie over een gebrek aan een ruimere vertegenwoordiging (inclusief stemrechten). Hoewel de NDB veel kleiner is dan het IMF en de Wereldbank, zou zij een instrument kunnen zijn voor dat type vertegenwoordiging. De realiteit is dat grote landen over de hele wereld bezorgd zijn over de dominantie van de Amerikaanse dollar als reservevaluta en als de valuta waarin de meeste handelsactiviteiten ter wereld plaatsvinden. Die dominantie plaatst de Verenigde Staten in een sterke strategische positie, voornamelijk als het aankomt op sancties, iets dat we momenteel heel goed zien bij de Russisch-Oekraïense crisis.


Ik denk dat de initiële impact van deze nieuwe ontwikkelingsbank voor opkomende markten erin bestaat dat veel landen een nieuwe bron van financiering voor infrastructuurprojecten ter beschikking hebben, die ze anders niet zouden hebben gehad. Op termijn, als de bank waarschijnlijk evolueert om een clearing house te worden voor handel in andere valuta’s dan de USD, zal de nadruk wellicht liggen op andere valutakoersen voor handel in de opkomende markten. Handelaars en beleggers zullen dus hun risicomodellen ten opzichte van valuta’s opnieuw moeten bekijken.


Als de BRICS-landen allemaal op dezelfde lijn kunnen komen, zouden deze groep en haar nieuwe ontwikkelingsbank een zeer grote invloed kunnen uitoefenen bij veranderingen in het wereldwijde financiële landschap. De vraag is natuurlijk of ze eensgezindheid kunnen bereiken.


Het kapitaal voor de bank zal verdeeld worden onder de vijf deelnemende landen, hoewel de economieën van de landen duidelijk niet allemaal even groot zijn, en sommige landen kunnen op bepaalde momenten kwetsbaarder (of dominanter) zijn dan andere landen. Dat is niet onbelangrijk, want de rijkere landen zullen waarschijnlijk dominanter zijn. Ook het feit dat China de grootste buitenlandse reserves heeft, zal volgens mij een beslissende factor zijn. China zal de grootste bijdrage aan de CRA leveren: $41 miljard. Het is dus geen verrassing dat het hoofdkwartier van de bank gevestigd zal zijn in Shanghai. In vergelijking met het wereldwijde bankensysteem begint deze nieuwe bank klein, maar we moeten de toekomstige ontwikkelingen wel in het oog houden.
BRICS_Fortaleza_dut

Kunnen deze zeer verschillende economieën samenwerken om van deze onderneming een succes op lange termijn te maken? Dat is de hamvraag. Deze economieën verschillen van elkaar en hebben elk een andere geschiedenis en cultuur. Aangezien China de rijkste van de vijf is, denk ik dat er vast en zeker bezorgdheid zal ontstaan dat China een dominante rol inneemt. In het begin zullen China en India – de eerste voorzitter van de bank zal een Indiër zijn – waarschijnlijk de grootste rol spelen en het potentieel hebben om het meeste voordeel te halen uit het succes van de bank. Later zouden Rusland en Brazilië belangrijker kunnen worden; de eerste voorzitter in de Raad van Beheer zal uit Rusland zijn, en de eerste voorzitter in de Raad van Bestuur zal uit Brazilië zijn. Het NDB Africa Regional Center zal samen met het Afrikaanse hoofdkwartier gevestigd zijn in Zuid-Afrika, overeenkomstig de verklaring van de zesde BRICS-top. Zuid-Afrika heeft de beste infrastructuur in Afrika en heeft het potentieel om het hele continent naar een nieuw niveau van groei te leiden.


Er zijn nog altijd problemen die gladgestreken zullen moeten worden om hier een succesvolle onderneming van te maken, voornamelijk welke valuta dominant zal zijn en op wiens doelstellingen de bank zijn leenbeleid zal afstemmen. Het is nog maar de vraag of deze inspanning uiteindelijk een goed of een slecht idee zal blijken. Als deze landen samen kunnen werken om van deze nieuwe bank een succes te maken, zouden veel opkomende markten daar de vruchten van kunnen plukken.


Als er meer fondsen naar de opkomende markten – en met name naar de BRICS – stromen, zal dat volgens mij ten goede komen aan alle economieën die veel handel met hen drijven.


De verklaringen, meningen en analyses van dr. Mobius zijn louter bedoeld ter informatie, zij mogen niet worden beschouwd als individueel beleggingsadvies of een aanbeveling om te beleggen in welke effecten dan ook of om welke beleggingsstrategie dan ook te gebruiken. Omdat markt- en economische omstandigheden snel kunnen veranderen, betreffen de opmerkingen, opinies en analyses de datum van dit document en kunnen zij zonder voorafgaand bericht veranderen. Dit document is niet bedoeld als een volledige analyse van alle wezenlijke feiten betreffende een land, regio, markt, sector, belegging of strategie.

Belangrijke wettelijke informatie

Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. Beleggingen in buitenlandse effecten houden speciale risico’s in, zoals wisselkoersschommelingen en economische en politieke onzekerheid. Beleggingen in landen met een opkomende markt, waar frontiermarkten een subset van vormen, gaan gepaard met grotere risico’s die verband houden met dezelfde factoren, boven op de risico’s die verbonden zijn aan hun relatief geringe omvang, de lagere liquiditeit en het gebrek aan een gevestigd wettelijk, politiek, zakelijk en sociaal kader om effectenmarkten te ondersteunen. Omdat deze kaders doorgaans nog minder ontwikkeld zijn op de frontiermarkten, en gelet op diverse factoren zoals het hogere risico van extreme koersvolatiliteit, illiquiditeit, handelsbarrières en deviezencontroles, gelden de risico’s van de opkomende markten nog sterker voor frontiermarkten. Wisselkoersen kunnen binnen een kort tijdsbestek aanzienlijk fluctueren, wat een impact kan hebben op het rendement.


Bron: Zesde BRICS-top, Fortaleza Declaration, juli 2014.



vrijdag 18 juli 2014

‘De invloed van automatisering & robotica op het bedrijfsleven’
door Fidelity Worldwide Investment

Opeenvolgende ontwikkelingen in de technologie maken voor veel bedrijven in een groeiend aantal sectoren de economische aspecten van automatisering en robotica steeds aantrekkelijker. Dat robots banen overnemen van mensen is wellicht een punt van zorg. Toch is Fidelity Worldwide Investment ervan overtuigd dat bedrijven, investeerders en de samenleving uiteindelijk zullen profiteren van het steeds vaker inzetten van automatisering en robots.

Automatisering – het toepassen van automatische systemen in productie- en andere processen – bestaat al tientallen jaren, in het geval van de autoproductie ten minste sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw. In de loop der tijd hebben technologische ontwikkelingen een steeds geavanceerdere automatisering mogelijk gemaakt, met machines die niet alleen steeds weer hetzelfde kunnen doen, maar dat ook nog eens op een steeds slimmere manier. Dit leidde tot het idee van robots. Soms wordt er een strikt onderscheid gemaakt tussen de definitie van automatisering en robots, bijvoorbeeld op basis van criteria als multifunctionaliteit, herprogrammeerbaarheid en reageren op externe prikkels. Door het aanbrengen van een streng onderscheid wordt volgens ons echter voorbijgegaan aan het argument dat automatisering en robotica zich in wezen bevinden op hetzelfde continuüm van ‘robotautomatisering’ (robotic automation) – een term waar wij de voorkeur aan geven.

Robotautomatisering heeft het afgelopen decennium een stormachtige groei doorgemaakt. In 2013 werd er een recordaantal van 179.000 industriële robots geïnstalleerd: een stijging van 12% ten opzichte van het voorgaande jaar en bijna het dubbele vergeleken met een decennium eerder. Wij denken dat de sterke groei in industriële robotautomatisering de komende jaren zal doorzetten vanwege de betere economische levensvatbaarheid en een aantal ondersteunende thematische factoren.

Robotautomatisering biedt bedrijven talrijke voordelen. In zijn algemeenheid kunnen robots goederen sneller, goedkoper en veiliger produceren dan mensen, met minder fouten en productieonderbrekingen en volgens een hogere (kwaliteits)norm. In theorie vertalen deze voordelen zich in lagere bedrijfskosten en/of hogere verkoopprijzen (als de kwaliteit beter is), wat weer leidt tot hogere winstmarges.

Wellicht het meest controversiële aspect van de toenemende robotautomatisering is de verdringing van menselijke arbeid. Naarmate robots effectiever, goedkoper en breder inzetbaar worden, zullen ze waarschijnlijk een groeiend aantal banen overnemen. Daardoor zorgen ze in sommige kringen voor onrust en lokken ze misschien ongewenste beleidsreacties uit.
Al zijn bepaalde verstoringen op de arbeidsmarkt op korte termijn onvermijdelijk, toch denken we dat de collectieve voordelen van uitbreiding van het aantal robots op lange termijn opweegt tegen de nadelen. Dit is met name het geval als het inzetten van meer robots wordt gecombineerd met toegang tot scholing en de ontwikkeling van vaardigheden. Op productniveau zou toenemende robotica uiteindelijk moeten leiden tot goedkopere producten van betere kwaliteit, die bijdragen aan een hogere algehele levenstandaard. Op bedrijfsniveau kan er als gevolg van de lagere kosten en toegenomen winsten kapitaal worden vrijgemaakt om op andere vlakken te investeren. Dit zou moeten leiden tot nieuwe werkgelegenheid en toenemende innovatie. Nu de omzet van de sector naar verwachting in 2020 zal verdubbelen*, is het duidelijk dat de roboticasector zelf meer banen zal blijven scheppen. Tot slot moet ook worden opgemerkt dat sinds de geschiedenis de industriële revolutie talloze voorbeelden kent van hoe effectief en creatief de internationale beroepsbevolking inspeelt op nieuwe technologieën die de werkgelegenheid verdringen.

De verkoop van servicerobots is op het moment nog laag vergeleken met die van industriële robots. Toch is dit op de middellange tot lange termijn een terrein waarop waarschijnlijk de meest indrukwekkende technologische doorbraken en innovaties zullen plaatsvinden. Naarmate servicerobots geavanceerder worden, zullen bovendien de grenzen tussen beide typen robots vervagen. Succesvolle servicerobots zouden de overstap kunnen maken naar de industriële sfeer, bijvoorbeeld in de vorm van industriële ‘robot-assistenten’. In onze optiek behoren de volgende sectoren tot de meest veelbelovende voor de ontwikkeling van servicerobots:

                     E-commerce/logistiek – Meer en meer aankopen worden online gedaan. E-commerce is dan ook een krachtige ontwikkeling die de detailhandel voorlopig zal blijven opschudden. Met name kostenefficiëntie is een aantrekkelijk aspect van e-commerce. Doordat aanbieders van online winkelen geen dure winkelruimte nodig hebben, kunnen ze klanten scherpere aanbiedingen doen. Een focus op kostenbesparingen en hoge verkoopvolumes maakt dat deze aanbieders vaak meer gemotiveerd zijn om te automatiseren.
                     Zorg – Op het economisch en maatschappelijk cruciale gebied van de gezondheidszorg liggen er voor robots geweldige mogelijkheden om tot betere resultaten te komen door nieuwe medische procedures uit te voeren en door ouderen hulp te bieden. Op het gebied van opereren kunnen robots bijvoorbeeld in combinatie met de nieuwste imaging-technologie operaties nauwkeuriger en goedkoper verrichten. Om een idee te geven van de potentiële waarde: als robots 10% van de chirurgische ingrepen zouden uitvoeren, zou dit alleen al in de VS een besparing opleveren van 6 miljard dollar.**
                     Defensie – Op het vlak van nationale defensie komen landen als de VS steeds meer tot het inzicht dat de meeste grotere operationele risico’s terug te voeren zijn op de vaak primitieve middelen die door de tegenstander worden ingezet. Een doeltreffende manier om dit voordeel van de vijand tot een minimum te beperken is meer gebruik te maken van robottechnologie. Een goed voorbeeld hiervan zijn de duizenden onbemande, op afstand bestuurbare voertuigen die in Irak en Afghanistan veelvuldig zijn gebruikt om geïmproviseerde explosieven (IED’s) onschadelijk te maken. Meer recentelijk wist het Amerikaanse leger een aantal grote successen te boeken met onbemande drones in landen als Pakistan en Yemen.
                     Mijnbouw – Mijnbouw wordt in technisch opzicht steeds lastiger vanwege de afnemende productiehoeveelheden en de noodzaak steeds vaker te werken op extreme locaties waar de winningskosten hoger en de veiligheidsrisico’s groter zijn. In dit opzicht bieden de toenemende integratie en automatisering van de mijnbouwactiviteiten mogelijk een uitstekende oplossing, die tegelijkertijd de winning kan opvoeren, de veiligheid kan verbeteren en de toeleveringsketen kan versnellen. Zo streeft het ‘Mine of the Future Programme’ van grondstoffengigant Rio Tinto ernaar zoveel mogelijk mijnbouwactiviteiten te automatiseren. Daarbij sturen technici het gehele proces op afstand aan vanuit gecentraliseerde regelcentra, met geautomatiseerde boormachines en met bestuurderloze vrachtwagens die de grondstoffen binnen en tussen productielocaties vervoeren.
                     Landbouw – Een van de grootste uitdagingen van de moderne wereld is voldoende voedsel te produceren om de snel groeiende wereldbevolking te voeden. Ondanks de vaak sterk gestructureerde omgeving (een belangrijke factor voor automatisering in het bedrijfsleven) en toenemende mechanisatie is het toepassen van moderne automatiseringstechnieken in de landbouw tot nu toe verrassend achtergebleven. Nu de behoefte aan productiviteit toeneemt en de technologie op gebieden als satellietnavigatie en klimaatsensoren verbetert, denken wij echter dat dit in de toekomst hoogstwaarschijnlijk zal veranderen. Zo wordt er in landen met moderne landbouwmethoden en hoge productievolumes, zoals de VS en Australië, al op verschillende terreinen door boeren geëxperimenteerd met meer autonome systemen, waaronder drones voor het bevochtigen van gewassen en het spuiten van bestrijdingsmiddelen, en zelfrijdende tractoren voor het planten en oogsten.

Voor bedrijven die kunnen profiteren van de structurele groei in robotautomatisering hebben servicerobots een enorm potentieel op de lange termijn. De beleggingsmogelijkheden die per direct beschikbaar zijn, liggen echter vooral in de industriële sector. Met name binnen industriële robotautomatisering is het mogelijk een globaal onderscheid te maken tussen de grote industriële multinationals, waar automatisering/robotica deel uitmaakt van een bredere scala aan activiteiten, en de meer specifieke pure aanbieders van industriële robotoplossingen. Daarnaast is het ook zinvol een derde klasse in het leven te roepen voor bedrijven die hier minder direct aan zijn blootgesteld en die niet binnen een van de twee andere grote industriële segmenten vallen.

Conclusie
Dankzij belangrijke thematische factoren als geavanceerdere technologie, demografie en ontwikkelingen in China, verbeteren de economische aspecten van robotautomatisering zich in hoog tempo voor een groeiend aantal ondernemingen, bedrijfstakken en sectoren. Op de korte termijn zijn de meeste rendabele beleggingsmogelijkheden volgens ons nog altijd terug te vinden in de industriële sector, waar robotautomatisering al goed is ingeburgerd. Als we wat verder vooruitkijken, zullen op de middellange tot lange termijn de voortdurende technologische ontwikkelingen meer autonome en intelligente en daarom meer op de mens toegesneden robots mogelijk maken. Hierdoor zal de groei van ‘professionele servicerobots’ versnellen. In onze optiek zijn de sectoren die in de toekomst het meest van de ontwikkelingen op dit vlak kunnen profiteren e-commerce, zorg, defensie, mijnbouw en landbouw.

Wat betreft de maatschappelijke gevolgen lijkt het aannemelijk dat de bredere toepassing van robotica in de industrie zal leiden tot enige verstoringen van de arbeidsmarkt op korte termijn. Wij denken echter dat de collectieve voordelen op de lange termijn, zoals goedkopere producten van betere kwaliteit en innovatie, uiteindelijk zullen opwegen tegen de nadelen.

Christian von Engelbrechten, fondsmanager van het Fidelity Germany Fund, een fonds welke u kunt vinden op de advieslijst van AttentBeleggen, ziet het als volgt:
"Er zijn een aantal manieren om te profiteren van de automatiseringstrend, zowel direct als indirect. Siemens genereert bijvoorbeeld ongeveer 25% van haar omzet middels automatisering en is de wereldmarktleider in industriële automatisering van controlesystemen tot zelfs de uiteindelijke software. Met Siemens’ sterke zakelijke netwerk in de automobielsector maar ook binnen de industrie, zal automatisering een belangrijke bijdrage gaan leveren en als (belangrijkste) groeimotor voor het bedrijf dienen. Daarnaast moet men niet de vele Duitse ‘niche kampioenen’ vergeten voor wie productiviteitsverbeteringen vanuit automatisering steeds belangrijker wordt. Een goed voorbeeld is Gea Group, een Duits ingenieursbureau en marktleider in melkmachines voor de landbouwindustrie. Wincor Nixdorf is een ander voorbeeld - de trend naar meer geldautomaten binnen banken is nog steeds sterk in opkomende markten en in ontwikkelde markten, de wens om cash handling en retail kassa’s te automatiseren creëert tevens meer vraag naar Wincor producten. Een ander gebied om in de gaten te houden is procesoptimalisering van ontwerpen, oftewel het verhogen van automatisering door nieuwe geavanceerde processen te implementeren. Zo zijn Duitse autobedrijven constant aan het innoveren en speelt automatisering een belangrijke rol bij de sterke verbetering van de marges.”

* Schatting van Fidelity op basis van de totale marktwaarde van robotica (industrie + dienstverlening) van 28,4 miljard dollar in 2012 en uitgaande van een samengesteld jaarlijks groeipercentage van 9%.
** ‘Electric sheep – dreaming of a robot society’ – een CLSA-rapport opgesteld door dr. Henrik Christensen, KUKA Chair of Robotics en professor in de Informatica, Georgia Tech, februari 2014.



Niets uit dit document mag worden gekopieerd of verspreid zonder voorafgaande toestemming van Fidelity. Tenzij anders aangegeven zijn alle hier gegeven meningen en visies afkomstig van Fidelity.Deze publicatie is niet bestemd voor inwoners van het Verenigd Koninkrijk of de Verenigde Staten en is uitsluitend bestemd voor personen die gevestigd zijn in rechtsgebieden  waar de betreffende fondsen voor distributie zijn toegelaten of waar een dergelijke toestemming niet vereist is. FIL Limited en zijn respectieve dochtermaatschappijen vormen de wereldwijde beleggingsbeheerorganisatie waar doorgaans naar wordt verwezen als Fidelity Worldwide Investment. Deze cijfers hebben betrekking op de middelen van FIL Limited (FIL) en haar dochterondernemingen. Daarnaast heeft FIL toegang tot middelen van FMR LLC en haar dochterondernemingen. FIL Limited en FMR LLC zijn gescheiden vennootschappen met enkele gemeenschappelijke aandeelhouders. Bron: FIL en FMR LLC. (30/06/2014). De gegevens zijn niet gecontroleerd. Beleggingsdeskundigen omvatten partners, analisten, beheerders van landen- en sectorfondsen met researchverantwoordelijkheid en technische en kwantitatieve analisten die deel uit maken van een researchteam. Uitgegeven door FIL (Luxembourg) S.A., goedgekeurd en gereguleerd in Luxemburg door de CSSF (Commission de Surveillance du Secteur Financier). SSL 160714/01012015

vrijdag 11 juli 2014

Waarom Beleggingsfondsen?

Waarom beleggingsfondsen?

Beleggers beleggen met een bepaald doel. Dit kan zijn voor de pensioenopbouw, de aflossing van de hypotheek, het eerder stoppen met werken of extra rendement halen uit spaargelden. In de afgelopen jaren zijn steeds meer beleggers gaan beleggen in beleggingsfondsen in plaats van individuele aandelen en obligaties. Een beleggingsfonds is makkelijk gezegd een beleggingsportefeuille die beheerd wordt door een beleggingsexpert.

Enkele redenen die kunnen worden aangedragen om over te stappen van individuele aandelen naar beleggingsfondsen zijn:

·         Betere risicospreiding;
In beleggingsfondsen wordt doorgaans niet meer dan 10% van het vermogen belegd in één onderneming. Doordat de portefeuille bestaat uit verschillende fondsen, wordt het risico beter verspreid. Indien deze spreiding niet of nauwelijks aanwezig is binnen de portefeuille, kan het rendement van de portefeuille erg beïnvloedbaar worden door koersschommelingen van slechts één aandeel.

·         Lagere kosten voor kleinere portefeuilles;
Voor beleggers met een belegd vermogen van €50.000 of minder is het vaak voordeliger om te beleggen in een beleggingsfonds.  Zoals hierboven al is aangegeven, is spreiding van cruciaal belang binnen de portefeuille. Als de belegger voldoende spreiding in een portefeuille wilt aanhouden, betaalt hij voor het aankopen van individuele aandelen procentueel meer kosten. Deze kosten hebben een negatieve invloed op het uiteindelijke rendement. Om deze kosten te beperken kan een belegger dus beter beleggen in een beleggingsfonds.

·         Makkelijker toegang tot onbekende markten;
Het is vaker erg lastig om een goed inzicht te krijgen in bedrijven van exotische  landen. Door te investeren in een beleggingsfonds wordt deze taak overgenomen door een vermogensbeheerder met veel inzicht in deze markten.  Daarnaast zijn deze onbekende markten vaak makkelijker toegankelijk voor een expert dan voor een zelfstandige belegger.

·         Het is makkelijker om in te beleggen.
Het behalen van een goed rendement op individuele aandelen en obligaties vraagt een behoorlijke inspanning met betrekking tot kennis en tijd. Tevens is het risico om geld te verliezen  bij individuele aandelen en obligaties groter. Door te beleggen in een beleggingsfonds heeft u hier een stuk minder omkijken naar.

Ondanks dat de belegger in beleggingsfondsen minder risico met zich meebrengt, is het toch aan te raden om een beleggingsspecialist in te schakelen. Door het grote aanbod van beleggingsfondsen en het verschil in rendementen kunt u alsnog  de verkeerde keuzes maken. Een expert kan u helpen met het maken van de juiste keuzes door middel van een goede analyse. Zo kunnen  beleggingsfondsen gekozen worden die goed passen bij uw doelstellingen en risicoperceptie.